Hoe wordt de aanwezigheid van dakisolatie gecontroleerd door de woningcontroleur? - Actua mede-eigendom - Kantoor Van Wynsberghe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Hoe wordt de aanwezigheid van dakisolatie gecontroleerd door de woningcontroleur?

Kantoor Van Wynsberghe
Gepubliceerd door in Technisch beheer ·
Sinds 1 januari 2015 wordt het ontbreken van dakisolatie gequoteerd in het technisch verslag. Voor de periode tot en met 31 december 2017 kunnen 1 of 3 strafpunten worden toegekend, al naargelang het dak kleiner of groter is dan 16m². In combinatie met andere gebreken kan de afwezigheid van dakisolatie dus leiden tot een ongeschiktverklaring. Maar op welke basis zal de woningcontroleur de aan- of afwezigheid van dakisolatie vaststellen? En dan hoofdzakelijk in het specifieke geval van een dicht dak, waarbij geen visuele vaststelling mogelijk is? Deze vraag werd recent aan de studiedienst voorgelegd.
Als basisprincipe geldt dat alleen strafpunten kunnen worden toegekend wanneer de woningcontroleur op basis van het EPC of visueel kan vaststellen dat er ofwel geen dakisolatie aanwezig is ofwel dat de dakisolatie niet de vereiste dikte heeft.

De woningcontroleur zal in eerste instantie steeds kijken naar het EPC. Hij zal nagaan of er een geldig EPC bestaat voor het te controleren pand via consultatie van de energieprestatiecertificatendatabank die wordt bijgehouden door het Vlaams Energieagentschap (VEA).

Strafpunten in twee gevallen

Op basis van het EPC kunnen enkel strafpunten worden toegekend in twee gevallen :

Als het EPC expliciet aangeeft dat er geen isolatie aanwezig is
Als de R-waarde vermeld in het EPC lager is dan 0,75m²K/W
Nuttig om te weten is dat de R-waarde in het oude EPC-model (gebruikt t.e.m. 10/01/2013) niet werd vermeld. Bij deze oudere exemplaren kan de eigenaar de R-waarde dus niet zelf controleren op zijn versie. Bij het nieuwe model (vanaf 11/01/2013) kan dat wel. De woningcontroleur kan bij een oud EPC-model wel de R-waarde opvragen bij het VEA.

Default-waarde

Er kunnen geen strafpunten worden toegekend op basis van een default-waarde. Dergelijke waardes worden voor de berekening van het EPC ingevuld wanneer niet vast te stellen is of er isolatie aanwezig is en vormen een inschatting van de vermoedelijke isolatiewaarde op basis van o.m. de ouderdom van de woning en het jaar van de renovatiewerken. Aangezien het niet over een effectief waargenomen waarde gaat, kunnen default-waarden geen aanleiding geven tot strafpunten.

Als er een defaultwaarde is ingevuld moet de woningcontroleur overgaan tot visuele waarneming. Dat is uiteraard tevens het geval indien er geen (geldig) EPC bestaat voor het desbetreffende pand.

Dicht dak

Bij deze visuele waarneming geldt opnieuw dat alleen strafpunten kunnen worden toegekend wanneer duidelijk wordt waargenomen dat er ofwel geen dakisolatie aanwezig is of dat de aanwezige dakisolatie niet de vereiste dikte heeft. Er kunnen dus geen strafpunten worden toegekend wanneer de woningcontroleur niet in staat is de aan- of afwezigheid van dakisolatie visueel vast te stellen, zoals bij een dicht dak het geval zal zijn. De woningcontroleur kan zich dan immers niet uitspreken over de aan- of afwezigheid van isolatie. Er worden strafpunten toegekend als de woningcontroleur kan vaststellen dat de dakisolatie ontbreekt of een te lage dikte heeft.

Conclusie
De woiningcontroleur dient zich bij de handhaving van de dakisolatienorm eerst te baseren op het EPC. Er kunnen geen strafpunten worden toegekend op basis van defaultwaardes. Bij gebrek aan geldig EPC of bij defaultwaardes wordt overgegaan tot visuele vaststelling. Die kan enkel resulteren in strafpunten als de controleur met het blote oog kan vaststellen dat er geen isolatie is of dat de dikte van de isolatie onvoldoende is.

Bron : vastgoedflitsen 1682





Kantoor Van Wynsberghe Bvba ©
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu